Clubhistorie
Over de clubhistorie valt zeer veel te vertellen, want onze vereniging is al meer dan 50 jaar oud!
TTV DVC werd opgericht in 1952 te Delft.
De anekdotes van wijlen Herman de Wit willen we u dan ook niet onthouden.
Herman heeft in 2002, bij het 50-jarig jubileum van onze vereniging, zijn persoonlijke anekdotes op papier gezet, waarmee een goede indruk gegeven wordt hoe het in de afgelopen vijftig jaar is vergaan. Arie heeft de tekst bewerkt zodat het op de website geplaatst kon worden.
——————————————————————————–
Ontboezemingen van 50 jaar tafeltennis (door Herman de Wit, overleden in 2010)
In 1952 ging ik werken bij de toenmalige Technische Hogeschool.
Omdat ik afkomstig was uit Groningen, was Delft volkomen nieuw voor mij, ik kende er dan ook niemand. Bij een bezoek aan een goede kennis van mijn zwager in den Haag kwam het gesprek op tafeltennis. Hij werkte bij het Kunststoffen Instituut TNO (KITNO) in Delft, en speelde tafeltennis bij de bedrijfsvereniging en nodigde mij uit om eens langs te komen. Het grappige was dat, toen ik in militaire dienst was, mijn verloofde was gaan tafeltennissen bij een vereniging in Hoogezand en dat zij na ons huwelijk ook in Delft bij een vereniging wilde gaan spelen. Dat kwam dus goed uit. Ik werd lid van KITNO en werd daar het eerste buitenlid. Er werd gespeeld in de gymzaal van de HBS in de Mijnbouwstraat (ingang Maerten Trompstraat) en wel op vrijdagavond. Het was daar heel gezellig. De leden vormden een heterogeen gezelschap, van flessenspoeler tot wetenschapper. Over werk werd niet gesproken, iedereen was gelijk en werd bij zijn of haar voornaam aangesproken. Eens gebeurde er een klein ongelukje. Toen er werd geroepen “Is er een dokter in de zaal”, kwamen er twee opdraven.
Bij het KITNO kende men toen al de vrije zaterdag en dus trok iedereen op vrijdag na werktijd met broodtrommeltje naar de gymzaal, waar dan onder het genot van warme chocolademelk gezamenlijk werd gegeten, want praktisch iedereen woonde buiten Delft. Het materiaal werd opgeslagen in een berghok op de eerste etage. Dat betekende dat je met de tafels twee trappen op en af moest lopen. Wieltjes onder de tafels of transportwagens waren nog niet uitgevonden. Nu hebben sommige leden al problemen met het gelijkvloers opbergen van tafels op wieltjes.
De zaal was voor die tijd goed ingericht met twee kleedkamers. Een met een voetenwasbak voor twee personen en de andere met een hoekfonteintje (formaat nog kleiner dan in een toilet tegenwoordig wordt aangebracht). Met enige gymnastische toeren kon je je voeten onder de (koude) kraan wassen, zodat je tenminste met frisse voeten naar huis kon. Douches waren in die tijd nog een ongekende weelde. De verenigingen in Delft en wijde omgeving die over douches beschikten waren die van de Kabelfabriek en het Studenten Sportcentrum. Bij de Kabelfabriek werd gespeeld in de kantine, die gelegen was boven de draadtrekkerij. Er heerste dan ook een tropische temperatuur. Douchen, waarvoor gebruik werd gemaakt van de was- en kleedruimte van het personeel, was dan ook geen overbodige luxe.
De huisvesting van de verenigingen was in die tijd meestal niet bepaald riant. De verenigingen die over een gymzaal beschikten waren het best af. Vaak behielp men zich met verenigingsgebouwtjes, zalen van kerkgebouwen, kantines van voetbalverenigingen enz. Dat je ergens door de planken vloer kon zakken moest je maar incalculeren. Het is mij tenminste enkele malen overkomen.
In een provisorische voetbalkantine in Pijnacker speelde je tussen het biljart en de kolenkachel, waarbij je regelmatig een biljartkeu tussen je ribben kreeg , want ome Gerrit (pet op) moest met zijn vrienden een partijtje biljarten.
In de boerderij van de Gistfabriek (nu restaurant) speelde je in een zaaltje, waar de onderzijde van de spanten op ongeveer 3 meter hoogte zaten. Als je de bal goed opgooide, verdween hij uit het zicht. De betere gelegenheden hadden vaak een met linoleum belegde vloer, die, indien goed onderhouden, spekglad was. Als remedie hiertegen gebruikten we een natte dweil of speelden we op blote voeten.
Kleedgelegenheid was vaak niet aanwezig, maar een toneel (gordijnen dicht) tussen muziekinstrumenten of een onverwarmd berghok werd soms ook gebruikt.
TL verlichting was er nog niet. Er werd vaak gespeeld met kale lampen aan een snoer boven de tafel. Het werkte oogverblindend. Een vereniging had hier iets op gevonden. Er hingen planken aan touwtjes boven de tafel. Aan die planken had men conservenblikken gemonteerd. Het nadeel was,dat als je goed uithaalde, je de plank raakte en de verlichting begon te zwaaien. Zelf hadden we een staalkabel door de zaal die met katrollen kon worden strakgetrokken. Aan de kabel hingen grote geëmailleerde armaturen met lampen van 300 watt erin.
De sleutel van de zaal haalden we bij de conciërge die boven de HBS woonde. Later moest de sleutel worden gehaald bij de dienstdoende politieagent in het politiebureau aan het Oude Delft.
In de tijd waarover ik schrijf beschikte vrijwel niemand over een auto. De competitie-indelingen waren zo gemaakt dat je zo dicht mogelijk bij Delft speelde. Het transportmiddel was de fiets. Geld voor openbaar vervoer had men nauwelijks of niet. Dus gezellig fietsen door weer en wind. Een bijkomend probleem was dat sommige zalen een vaste sluitingstijd hadden. In Den Haag was een conciërge die om elf uur, wedstrijd of geen wedstrijd het licht uitdeed en iedereen de straat opjaagde.
Ook waren sommige plaatsen ‘s avonds van openbaar vervoer verstoken.
Ik herinner me een wedstrijd in Zoeterwoude-Rijndijk. Te ver voor de fiets en geen openbaar vervoer. Er was een lid dat een rijbewijs had en een auto kon huren. Met zijn allen konden we het net betalen.
Sporten hebben ook hun pieken en dalen. Omstreeks 1972 daalde bij KITNO het aantal leden tot beneden het bestaansniveau. Omdat DVC dezelfde problemen had is er gefuseerd. DVC (Door Vriendschap Clubgeest) was ook een gezelligheidsvereniging. Eens per jaar hield men een feestavond met muziek, toneel, voordrachten en spelletjes. Alles werd door de leden zelf verzorgd.
De vereniging speelde achtereenvolgens in de Hugo de Grootstraat, op de Bachsingel, de Bilderdijkhof en nu in de Griegstraat.
De vereniging bloeide en kende zelfs af en toe een ledenstop. Door enthousiaste, zelf spelende ouders en vrijgezellen werd een jeugdafdeling opgericht. Dit liep als een trein en vrij snel werd de zaal zowel op Zaterdag- als Zondagmiddag voor de jeugd gehuurd. Naar een paar jaar kwam er door het ontbreken van voldoende vrijwilligers de klad in. De kinderen stopten of gingen bij andere verenigingen spelen en het was over met de jeugdafdeling. Ook het aantal leden van de vereniging liep sterk terug. Verschillende acties voor nieuwe leden waren niet succesvol en ook fusiepogingen lukten niet. Jaarlijks moesten de reserves worden aangesproken. In de jaarvergadering van 1999 bleek dat de vereniging in de rode cijfers zou belanden. De vereniging op korte termijn op heffen bleek volgens de statuten niet mogelijk. Dit kon niet eerder dan in januari 2000. Goede raad was duur, maar ook nu bleek dat de naam van de vereniging goed was, Door Vriendschap Clubgeest. Enkele leden stelden zich garant voor de tekorten tot 1 januari 2000. De voorzitter kwam met het idee de pers in te schakelen en er kwam een verslaggever met een fotograaf.
In een interview met de voorzitter en het oudste lid werd de doelstelling van de vereniging, duidelijk naar voren gebracht. Alles mag, niets moet, gezellig een avond sporten is het uitgangspunt.
Er verscheen een artikel van een halve pagina met foto in de krant “Delft op Zondag”, met als resultaat dat het ledental per kerende post steeg van 10 naar 22 personen en de vereniging kon blijven bestaan.
Problemen waren er kort geleden met de huisvesting. De school heeft de gymzaal zelf nodig, maar sinds kort is het gelukt om vervangende ruimte te vinden in een gymzaal van het Grotius College en is onze huisbaas dezelfde waar ik ooit ben begonnen, namelijk de HBS in de Mijnbouwstraat.